Ethiek als fundament voor 6G
De ontwikkeling van 6G draait niet alleen om snellere netwerken en nieuwe toepassingen. Volgens Jeroen van den Hoven moet de volgende generatie digitale infrastructuur vanaf het begin worden ontworpen met maatschappelijke waarden in gedachten. Als voorzitter van het Ethics Committee binnen het FNS-programma ziet hij het als een cruciale taak om technologie, ethiek en publieke waarden structureel met elkaar te verbinden.
Jeroen is hoogleraar ethiek en technologie aan de TU Delft en adviseert onder meer de Europese Commissie en de Wereldgezondheidsorganisatie over de ethische aspecten van digitale technologie en AI. Binnen FNS richt hij zich op een centrale vraag: hoe zorgen we ervoor dat technologische innovatie maatschappelijke vooruitgang oplevert zonder nieuwe onaanvaardbare risico’s te creëren?
Ethiek als vast onderdeel van innovatie
Volgens Jeroen is het FNS Ethics Committee geen losse adviesgroep aan de zijlijn, maar een essentieel onderdeel van verantwoord innoveren binnen FNS. Juist omdat 6G diep ingrijpt op maatschappelijke ontwikkelingen en implicaties heeft voor borging van publieke waarden, moeten ethische afwegingen volgens hem vanaf het begin onderdeel zijn van ontwerp en ontwikkeling.
“Wij willen graag de voordelen van de technologie hebben, maar dan graag zonder de nadelen,” zegt hij. “Dat is de kern van verantwoord innoveren.”
Volgens Jeroen draait 6G daarmee niet alleen om technologische innovatie, maar ook om maatschappelijk vertrouwen en publieke legitimiteit. Het is van groot belang daar zo vroeg mogelijk mee beginnen.
Jeroen benadrukt dat ethiek binnen FNS geen symbolische rol mag krijgen. Hij waarschuwt voor wat wel ‘ethics washing’ wordt genoemd: een ethiekcommissie voor de buitenwereld, zonder invloed op technologische keuzes. “Het moet niet zo zijn dat je alleen een ethiekclub hebt voor het moment dat er kritiek komt,” zegt hij. “Ethiek moet verweven zijn met het ontwerp en de ontwikkelingen zelf. Daarbij moet ethiek niet worden gezien als een rem op innovatie, maar juist als een manier om technologie robuuster, maatschappelijk aanvaardbaar en toekomstbestendiger te maken.”

“Vraag jezelf niet alleen af of iets technisch mogelijk is, maar ook wat het betekent als straks een hele samenleving met die technologie leeft.”
Van abstracte waarden naar concrete techniek
Jeroen legt uit dat de uitdaging vooral zit in het vertalen van abstracte maatschappelijke waarden naar technische ontwerpkeuzes. Begrippen als privacy, veiligheid, duurzaamheid en transparantie zijn breed gedragen, maar krijgen in dit verband praktisch betekenis als ingenieurs ermee aan de slag kunnen. “Je moet een vertaalslag maken van iets wat abstract, vaag en belangrijk is naar iets wat heel concreet is. Ingenieurs werken met requirements. Dus je moet maatschappelijke waarden uiteindelijk vertalen naar ontwerpvereisten.”
Die aanpak noemt hij ‘design for values’: technologie ontwerpen op basis van publieke waarden. Binnen FNS krijgt die aanpak vorm via de Ethics Committee, waarin experts uit verschillende disciplines samenwerken, van telecomspecialisten tot juristen en experts op het gebied van gezondheid, privacy en security.
Daarnaast is er een promotieonderzoek gestart dat specifiek kijkt naar privacy- en security-aspecten van 6G. Volgens Jeroen speelt deze promovendus nu en in de komende jaren een belangrijke rol als ‘vertaler’ tussen technologische en ethische perspectieven.
Use cases maken ethiek tastbaar
Om ethiek concreet te maken, werkt de Ethics Committee met praktijkvoorbeelden. Daarbij wordt gekeken naar toepassingen zoals verkeersgeleidingssystemen, sensoren in infrastructuur en drones. Zulke toepassingen kunnen volgens het Committee maatschappelijke voordelen opleveren, maar aanvaarding en aanvaardbaarheid moeten vroegtijdig ter sprake worden gebracht in verband met relevante ontwerpkeuzen. Volgens Jeroen draait het in fase twee van FNS vooral om de operationalisering van publieke waarden in de praktijk. Waar de eerste fase vooral gericht was op bewustwording en agendering, moet nu zichtbaar worden hoe publieke waarden daadwerkelijk onderdeel worden van ontwerpkeuzes binnen 6G-toepassingen. Via concrete usecases, presentaties en gesprekken binnen het consortium wil de Ethics Committee met die aanpak ook ‘de boer op’. Het doel is om maatschappelijke waarden niet naast, maar ín het ontwerpproces van 6G-technologie te laten landen.
Jeroen noemt vooral het dronevoorbeeld illustratief. In eerdere projecten werd stap voor stap zichtbaar gemaakt hoe maatschappelijke en ethische eisen aan een medische drone daadwerkelijk werden geïmplementeerd in het ontwerp. “Als je om zo’n drone heen loopt, kun je elke feature toelichten en rechtvaardigen in het licht van morele, juridische en maatschappelijke wenselijkheden,” zegt hij. “Dat komt doordat vooraf is vastgesteld welke maatschappelijke en ethische eisen belangrijk zijn en hoe ze moeten worden gespecifieerd in requirements.” Volgens hem werkt niets beter dan een concreet voorbeeld om te laten zien hoe ethiek en techniek samenkomen.
Strategische autonomie wordt steeds belangrijker
Waar in de vroege discussies rondom FNS sterk werd gekeken naar het economisch verdienvermogen, is er inmiddels ook steeds meer aandacht voor strategische autonomie en technologische onafhankelijkheid. Europa wil minder afhankelijk worden van grote buitenlandse technologiebedrijven en meer controle krijgen over de digitale infrastructuur van de toekomst. Hij verwijst daarbij naar het idee van de ‘Eurostack’: een volledig samenhangend en geïntegreerd Europees digitaal ecosysteem geheel van micro-electronica, high performance computing, telecominfrastructuur en cloudopslag tot software en AI-diensten. “Europa moet zelf de regie houden over hoe deze technologie zich ontwikkelt”, zegt hij. Volgens Jeroen begint die regie opvallend genoeg vaak bij ethiek. Discussies over mensenrechten, privacy en veiligheid bepalen vaak wie uiteindelijk meepraat over technische standaarden.
AI en afhankelijkheid als grootste zorgen
Gevraagd naar zijn grootste zorgen noemt Jeroen twee ontwikkelingen. De eerste is de groeiende afhankelijkheid van niet-Europese technologiebedrijven en statelijke actoren. Volgens hem dragen digitale systemen altijd impliciet een politieke én maatschappelijke visie met zich mee.
“Technologie is nooit neutraal,” stelt hij. “Bedrijven en landen verwerken hun ideeën over de samenleving in de technologie die wij gebruiken, en ze gebruiken die technologie ook weer om hun visie te bestendigen en uit te dragen. "
Daarnaast maakt hij zich zorgen over de toenemende autonomie van AI-systemen binnen digitale infrastructuren. Naarmate netwerken complexer worden, neemt menselijke controle verder af.
“Het gaat steeds meer om de vraag hoeveel beslissingen je kunt overlaten aan het systeem zelf,” zegt hij. “Dat vraagt voortdurend om het vinden van de juiste balans tussen autonomie en menselijke verantwoordelijkheid.”
Voor onderzoekers en bedrijven binnen FNS heeft hij daarom één duidelijke boodschap: denk vroegtijdig na over de maatschappelijke gevolgen en ethische implicaties van technologie op grote schaal.


